De uitdagingen van het praktijkonderwijs

De uitdagingen van het praktijkonderwijs

Ons uiteindelijke doel is om de leerling trots en tevreden van school te laten gaan.

Het praktijkonderwijs van het Da Vinci College in Roosendaal leidt veel leerlingen met succes op voor het mbo. Natuurlijk niet ten koste van alles, maar het team probeert wel het maximale uit de leerlingen te halen. De sleutel tot succes: veel geduld hebben en de leerlingen serieus nemen. De hoogste opleiding is niet per definitie het beste voor de leerling.

praktijkonderwijs

V.l.n.r.: Marlieke Borst, Peter Pellis en Calle Kuijlaars.

Nederlands en rekenen ondergeschoven kindjes

In het Da Vinci College praten teamleider Peter Pellis en docenten Calle Kuijlaars en Marlieke Borst over lesgeven in het praktijkonderwijs. Peter kwam negen jaar geleden vanuit het mbo op het Da Vinci College werken. Hij weet nog goed hoe het was: “Nederlands en rekenen waren ondergeschoven kindjes, want ‘het was maar praktijkonderwijs’. Destijds was er ook nog geen lesmateriaal dat specifiek voor deze doelgroep was geschreven. Onze zestienjarige leerlingen zagen in hun boek dat het bedoeld was voor leerlingen van de basisschool. Dat was beledigend.”

De leerlingen willen niet dat het vrijblijvend is en hebben houvast aan structuur.

Leerlingen serieus nemen

Ook werd in die tijd nog veel gewerkt met werkbladen. Marlieke: “Je wist als docent niet eens hoe je die moest beoordelen. Ik ben toen proefwerken gaan ontwikkelen, zodat ze echt punten konden krijgen. De kinderen voelden zich toen veel serieuzer genomen. Het lesmateriaal dat Uitgeverij Deviant op een gegeven moment voor het praktijkonderwijs uitbracht, droeg hier ook aan bij. De toon, de opmaak en de illustraties motiveren onze leerlingen. In het begin vielen de leerlingen in onze entreeklas over de hoeveelheid theorie. Nu we een paar jaar met de methodes bezig zijn, merk ik een gedragsverandering.”

Doorstroom mbo

Peter: “Het merendeel van onze entreeleerlingen gaat door naar mbo-niveau 2. Ter voorbereiding willen we de leerlingen zoveel mogelijk bagage meegeven. Pas nog wilden twee jongens een horeca-opleiding gaan volgen aan De Rooi Pannen, een school die in principe geen leerlingen aanneemt van het praktijkonderwijs. Maar we konden laten zien dat deze jongens met rekenen tussen september 2014 en april 2016 een enorme progressie hebben geboekt en nu het vereiste 2F-niveau beheersen. Wij maken ons er, samen met hun werkgevers, hard voor dat deze jongens een kans krijgen op het mbo.

Band met de leerlingen

Calle: “Een goede docent in het praktijkonderwijs heeft vooral geduld en moet goed kunnen aanvoelen wat er in een kind omgaat. Je moet niet voortdurend op je strepen willen staan, maar je moet leerlingen serieus kunnen nemen en met ze kunnen praten.”

Wij maken ons er hard voor dat deze jongens een kans krijgen op het mbo.

Thuissituatie

Veel leerlingen in het praktijkonderwijs hebben geen fijne thuissituatie. Marlieke: “Vorig jaar stond ik voor de vakantie bijna op het punt om een leerling bij mij thuis op te vangen vanwege de slechte thuissituatie. Na de vakantie kwam hij niet meer terug op school. Dat zijn erge dingen. Niet dat wij zo’n jongen hadden kunnen redden, maar hier op school lukte het wel met hem. In het begin nam ik zulke dingen mee naar huis, maar je moet je er op een gegeven moment toch overheen zetten.”

Geen gemakkelijke baan

Peter: “Elk voortijdig afscheid van een leerling voelt als een verlies. Maar soms moet je zo’n beslissing nemen, vanwege de draagkracht in het team. Werken in het praktijkonderwijs kost heel veel energie. Het is geen gemakkelijke baan, maar je krijgt er wel veel voor terug.” Calle: “Vaak komen oud-leerlingen het trots laten zien als ze een diploma hebben gehaald.”

Genieten van onvoldoendes

De voldoening die het werk in het praktijkonderwijs oplevert, is bij alle drie groot. Marlieke: “Zodra ik leerlingen heb weten te motiveren om ergens voor te gaan, denk ik: hier doe ik het voor. Het lukt helaas niet bij iedereen. Ik leg de lat vrij hoog, maar je moet wel het evenwicht vinden met wat een kind aankan. Zodra leerlingen een tijdje alleen hoge cijfers halen, vinden ze het saai worden. Als we het niveau vervolgens omhoogschroeven, vinden ze het gelijk te moeilijk en raken ze gedemotiveerd. Ik vertel ze dan dat ze moeten genieten als ze onvoldoendes halen, omdat ze dan aan het leren zijn. Een jongen zat een keer te steunen bij een toets, waarop ik vroeg of hij het moeilijk vond. Hij antwoordde met een diepe zucht: ‘Ja, en ik probeer er maar van te genieten, want nu ben ik aan het leren.”


Uitgeverij Deviant Magazine_coverUitgeverij Deviant Magazine

Dit artikel is afkomstig uit Uitgeverij Deviant Magazine van november 2015. Bent u benieuwd naar Uitgeverij Deviant Magazine? Vraag dan hier kosteloos uw exemplaar aan. Wilt u zich abonneren op het magazine? Stuur dan een e-mail naar info@uitgeverij-deviant.nl onder vermelding van ‘Abonneren Uitgeverij Deviant Magazine’.


Bekijk ons lesmateriaal voor het praktijkonderwijs