Startklaar – Rekentaal voor anderstaligen

Startklaar zorgt ervoor dat ISK-leerlingen en andere leerlingen die de Nederlandse taal niet voldoende beheersen klaar zijn om te starten met rekenonderwijs. Door ze de woorden en uitdrukkingen te leren die in rekenmethodes worden gebruikt – de rekentaal – kunnen ze laagdrempelig oefenen met rekenopgaven. Zo verbindt Startklaar taal en rekenen met elkaar.

Startklaar – Rekentaal voor anderstaligen

Startklaar zorgt ervoor dat ISK-leerlingen en andere leerlingen die de Nederlandse taal niet voldoende beheersen klaar zijn om te starten met rekenonderwijs. Door ze de woorden en uitdrukkingen te leren die in rekenmethodes worden gebruikt – de rekentaal – kunnen ze laagdrempelig oefenen met rekenopgaven. Zo verbindt Startklaar taal en rekenen met elkaar.

No results found.

No results found.

Waarom Startklaar?

Overal heb je taal voor nodig, ook om te rekenen. Voor leerlingen die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn, is rekenen extra uitdagend. Daarom is het juist voor die leerlingen belangrijk dat ze de rekentaal leren. Dat doen ze met Startklaar. In Startklaar oefenen ze met functionele rekentaal, die ze meteen toepassen in opdrachten. Zo bereidt Startklaar ze voor op rekenen in het reguliere onderwijs. Voor leerlingen die ons alfabet niet kennen heeft Startklaar een aparte leerroute.

Hoe verschijnt Startklaar?

Startklaar is beschikbaar als combinatiepakket. Je leerlingen werken vooral in het leerwerkboek, waar ze aan de hand van uitleg en voorbeelden opdrachten maken. Afbeeldingen spelen hierin een belangrijke rol. Hiermee kunnen de leerlingen zich een voorstelling maken van woorden en uitdrukkingen in het rekenen – de rekentaal. Met de vele opdrachten in onze online leeromgeving kunnen ze ‘rekenmeters’ maken. Via luisterfragmenten hebben ze bovendien de mogelijkheid om extra te oefenen met de uitspraak van rekentaal.

Winny Verboom en Mireille de Leeuw lachen naar de camera.

De opbouw van Startklaar

Je leerlingen starten in Startklaar met het leren schrijven van de cijfers. Daarna volgt een hoofdstuk met algemene instructietaal. Vervolgens worden alle rekendomeinen in aparte hoofdstukken behandeld. Hierin leren je leerlingen per vaardigheid de rekentaal. Hebben ze een hoofdstuk afgerond? Dan kunnen ze verder met het corresponderende hoofdstuk in hun rekenmethode.

De methode is bedacht en ontwikkeld door twee docenten uit de ISK: Winny Verboom en Mireille de Leeuw.