Meer dan een vak leren
Misschien is het een cliché, maar een mbo-student wil vooral een vak leren. Elektricien worden, kapper, verpleegkundige of beveiliger. De meeste mbo-studenten veren dan ook niet meteen op bij een uitleg over procenten, een les intensief lezen of een discussie over het belang van grondrechten. Toch zijn goed kunnen rekenen en lezen, weten hoe onze democratische rechtsstaat werkt en Engels kunnen spreken, heel belangrijk voor de ontwikkeling van mbo-studenten. Deze basisvaardigheden bepalen steeds meer hoe succesvol je bent in de maatschappij, zowel als burger als in je beroep. Loop je achter op het gebied van taal en rekenen, dan loop je vaak ook achter op de arbeidsmarkt. En wie weinig weet over hoe de samenleving werkt, voelt zich sneller buitengesloten en voelt zich vaak ook minder geroepen om mee te doen.
Basisvaardigheden onder druk
Laten we eerlijk zijn: het gaat op dit moment niet al te best met de basisvaardigheden in Nederland. Uit het recentste PISA-onderzoek [1] blijkt dat een derde van de 15-jarigen moeite heeft met lezen. Ook op het gebied van rekenen en wiskunde gaan Nederlandse jongeren al jaren achteruit. En bovendien dalen de scores van vmbo-leerlingen harder dan die van dan havo- en vwo-leerlingen.
In de Staat van het Onderwijs van 2025 benadrukt de Inspectie van het Onderwijs opnieuw hoe belangrijk basisvaardigheden zijn om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Ze zien dat kwetsbare groepen, waaronder leerlingen in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo, grote kans lopen op laaggeletterdheid. Dit werkt door in het mbo. Een op de drie niveau 2-studenten verlaat de opleiding zonder dat zij voor Nederlands 2F-niveau beheersen. En het aantal niveau 4-studenten dat 3F behaalt, is in vijf jaar tijd met meer dan tien procent gedaald naar 64 procent. Daarnaast merkt de inspectie dat veel scholen het moeilijk vinden om burgerschapsonderwijs doelgericht en samenhangend vorm te geven. Terwijl dat juist ‘hard nodig is gezien de toenemende polarisatie, intolerantie, verharding en zorgen over onze democratische rechtsstaat’[2]. Kortom, er is werk aan de winkel. Zeker ook in het mbo.
Basisvaardigheden onder druk
Hoe keren we deze trends? En hoe kunnen wij ons daar als mbo-uitgever voor inzetten? Dat doen we door lesmateriaal te maken dat voldoet aan de volgende vier criteria:
- Het is motiverend voor studenten;
- Het ontlast docenten;
- Kennis en vaardigheden worden geïntegreerd aangeboden;
- Het is gebaseerd op didactische principes die bewezen effectief zijn.
Hieronder lees je wat we hier precies mee bedoelen en hoe we dit doen.
Motiverend voor studenten
Om te beginnen maken we lesmateriaal dat studenten echt motiveert. We behandelen mbo-studenten als jongvolwassenen die op de rand van zelfstandigheid staan, die al veel geleerd hebben en hun eigen kijk op de wereld hebben. We sluiten in ons lesmateriaal aan bij de belevingswereld van studenten en dagen ze uit met voorbeelden en opdrachten die herkenbaar en relevant zijn. We zorgen voor afwisseling in de lesstof, zowel in inhoud als in werkvormen. We laten ze online én offline werken. We laten ze lezen en schrijven, maar ook samenwerken, discussiëren en ervaringen uitwisselen.
Docenten ontlasten
Daarnaast willen we docenten zo veel mogelijk ontlasten. Zij moeten zich kunnen richten op waar ze echt goed in zijn: lesgeven. Een goede docent maakt immers een wereld van verschil in hoe studenten een vak ervaren en hoeveel ze leren.
Docenten hebben echter veel op hun bord. Daarom helpen wij als methodemaker door leerlijnen en oefenprogramma’s te ontwikkelen die de docent werk uit handen nemen, bijvoorbeeld met kant-en-klare toetsen, aanpasbare PowerPoints en uitgebreide docentenhandleidingen. Ook hebben we een online platform waar je inzicht in de voortgang en studieresultaten van studenten kunt krijgen.
Een rijk, breed en geïntegreerd aanbod
Ten derde zetten we in op een gevarieerd en veelzijdig aanbod van lesmateriaal waarin verschillende vaardigheden samenkomen en studenten op een natuurlijke manier kennis kunnen opdoen.
Zo integreren we in de taken van de methode DOEN Nederlands en de nieuw te verschijnen methode DOEN Engels de vaardigheden schrijven, spreken en luisteren. Ook bieden we rijke, authentieke teksten en video’s aan, zodat studenten tegelijkertijd hun taalvaardigheid versterken én nieuwe kennis opdoen.
In de nieuw te verschijnen burgerschapsmethode VONK leren studenten niet alleen over de maatschappij, maar werken ze ook aan belangrijke maatschappelijke vaardigheden en hun vermogen om kritisch na te denken. En in onze rekenmethode Startrekenen MBO oefenen studenten hun rekenvaardigheid binnen thema’s vol functionele en realistische situaties. Zo leren ze niet alleen technisch rekenen, maar vooral ook hoe ze informatie kunnen begrijpen en hoe ze cijfermatige problemen kunnen oplossen die zij in het dagelijks leven of in hun beroep tegenkomen.
Tot slot besteden we natuurlijk veel zorg aan de kwaliteit en effectiviteit van ons lesmateriaal. Daarbij staat één ding steeds centraal: het lesmateriaal moet echt werken en studenten iets laten leren. We werken daarom volgens een evidence-informed aanpak. Dat betekent dat we gebruikmaken van didactische principes waarvan bewezen is dat ze effectief zijn, maar we zorgen er ook voor dat het lesmateriaal aansluit bij wat mbo-docenten in de praktijk nodig hebben.
Zo zorgen we bijvoorbeeld voor voldoende herhaling, laten we tekst en beeld goed op elkaar aansluiten en bieden we docenten veel mogelijkheden om te controleren of hun studenten de stof echt begrijpen. Om deze principes te waarborgen, hebben we een didactisch kwaliteitskader ontwikkeld. Dit kwaliteitskader staat aan de basis van het ontwerp en de ontwikkeling van onze lesmethodes.
De uitdaging aangaan: samen aan de slag!
Studenten motiveren, docenten ondersteunen en bouwen aan een breed, toekomstbestendig curriculum ─ er liggen genoeg mooie uitdagingen voor ons. En die gaan wij graag aan. Laten we samen blijven investeren in de generieke vakken in het mbo. Door de krachten te bundelen kunnen we echt het verschil maken en het onderwijs in basisvaardigheden nog sterker neerzetten.
Sander Heebels
Uitgever
De toekomst: AI en onderwijs
Als educatieve uitgeverij is het belangrijk om in te spelen op ontwikkelingen in het onderwijs. Daarin speelt de opkomst van generatieve AI de laatste jaren een grote rol. AI biedt veel mogelijkheden voor het onderwijs, maar brengt ook risico’s met zich mee.
De kansen voor het mbo zijn duidelijk. Denk maar aan hoe AI studenten kan helpen bij het samenvatten van bronnen of het herschrijven en controleren van teksten. Maar er zijn ook zorgen, bijvoorbeeld op het gebied van toetsing en examinering. Bij schriftelijke toetsvormen zoals verslagen en essays, of digitale toetsvormen, is al snel de vraag hoeveel hulp van AI er is gebruikt. Dat kan grote consequenties hebben voor de validiteit en betrouwbaarheid van het toetsresultaat. Deze zorgen vragen om het kritisch evalueren van toetsvormen.
Daarnaast dwingt de opkomst van AI ons om na te denken over het curriculum en de onderwijsinhoud. Denk aan leerdoelen die AI-proof geformuleerd zijn of werkvormen waarbij studenten leren hoe ze AI bewust en kritisch kunnen gebruiken[3]. In de samenleving en op de arbeidsmarkt wordt geletterdheid en het omgaan met kwantitatieve informatie immers steeds belangrijker. De opkomst van generatieve AI geeft dit een extra dimensie. Tools zoals ChatGPT maken informatie makkelijker toegankelijk, maar dat betekent niet dat kennis en basisvaardigheden minder belangrijk worden. In tegendeel zelfs. Je hebt juist kennis nodig om de informatie die AI levert te kunnen plaatsen, te beoordelen en van context te voorzien. Studenten moeten goed kunnen lezen en desinformatie kunnen herkennen. Ook dit zijn basisvaardigheden die studenten bij vakken als Nederlands, rekenen, burgerschap en Engels leren.
Natuurlijk denken wij als educatieve uitgeverij ook na over hoe we in ons lesmateriaal en ons ontwerpproces met AI om moeten gaan. Hierover kun je binnenkort een artikel lezen op onze website.
We denken graag met je mee
We nodigen scholen uit om samen met ons de volgende stap te zetten. We denken graag mee met beleidsmakers over de visie en het beleid rond de generieke vakken. We adviseren bij curriculumkeuzes en het toekomstbestendig inrichten van het onderwijs.
Voor docenten bieden we volop mogelijkheden om praktisch aan de slag te gaan. Denk aan aansluiten bij docentenmiddagen, inspiratiesessies of voorlichting op school, of het verzorgen van workshops voor docententeams. Daarin delen we concrete handvatten, laten we zien hoe ons lesmateriaal in de praktijk werkt en gaan we in gesprek over wat er nodig is in de klas.
Zo slaan we samen de brug tussen beleid en praktijk. Wil je verkennen wat dit voor jouw school of team kan betekenen? Neem dan contact met ons op ─ we denken graag mee!

