De Week van Lezen en Schrijven

Vorige week was de Week van Lezen en Schrijven. Hierin vraagt Stichting Lezen en Schrijven extra aandacht voor het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid in Nederland. Dat doet zij niet alleen, maar samen met allerlei gemeentes, bibliotheken en organisaties. Natuurlijk willen wij ook onze bijdrage leveren. Niet alleen door er aandacht voor te vragen, maar ook door in ons lesmateriaal structureel te oefenen met lezen en schrijven. Hoe? In dit artikel geven we je zes manieren om lezen leuker te maken!

De Week van Lezen en Schrijven

maandag, 13 september, 2021

Vorige week was de Week van Lezen en Schrijven. Hierin vraagt Stichting Lezen en Schrijven extra aandacht voor het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid in Nederland. Dat doet zij niet alleen, maar samen met allerlei gemeentes, bibliotheken en organisaties. Natuurlijk willen wij ook onze bijdrage leveren. Niet alleen door er aandacht voor te vragen, maar ook door in ons lesmateriaal structureel te oefenen met lezen en schrijven. Hoe? In dit artikel geven we je zes manieren om lezen leuker te maken!

Leesplezier

Steeds meer jongeren verlaten school met een taalachterstand. Mede hierdoor groeit de laaggeletterdheid in Nederland. Om deze laaggeletterdheid te verminderen, moet je beginnen bij de basis. En die basis is volgens ons: leesplezier. Als je ergens geen plezier in hebt, dan ben je minder bereid om er energie in te steken. Dat geldt voor iedereen. Daarom zetten wij in onze methodes Nederlands ook in op het vergroten van de leesmotivatie en het leesplezier.

1. Keuzevrijheid

Het vergroten van leesplezier doe je niet door leerlingen en studenten lange lijsten met onaantrekkelijke titels te laten afwerken. Wil je ze aan het lezen krijgen, dan moeten ze de vrijheid hebben om zelf te kiezen welke boeken ze gaan lezen. Want door een verhaal uit te zoeken dat bij je past, op je niveau is en aansluit bij je belevingswereld, krijgt je als leerling of student plezier in lezen.

2. Boekomslagen bekijken

In Starttaal Vooraf leren leerlingen uit het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs hoe je snel kunt achterhalen waar een boek over gaat. Bijvoorbeeld door verschillende boekomslagen te bekijken en te bepalen welke hen het meest aanspreekt. Op deze manier komen ze er op een snelle en leuke manier achter welk soort boeken ze leuk vinden.

3. Het leeslogboek

Kijken naar een boekomslag helpt je betere leeskeuzes te maken, maar om echt een betere lezer te worden moet je ook leesmeters maken. Die meters maak je sneller als je iets mag lezen dat je zelf gekozen hebt. Dat kan een waargebeurd verhaal zijn, maar ook een fantasieverhaal. Hebben de leerlingen hun boek uit? Dan kunnen zij aan de slag in het leeslogboek dat hoort bij Starttaal Vooraf. Hierin maken de leerlingen na het lezen steeds twee opdrachten, waarin ze enerzijds hun mening over het boek geven en anderzijds creatief met de verwerking van het verhaal aan de slag gaan. Zo mogen ze een eigen omslag ontwerpen of hun favoriete personage tekenen. Door ook na het lezen op een creatieve manier bezig te zijn met het verhaal, wordt de verwerking minder formeel, staat vooral de leeservaring centraal en is er meer aandacht voor het leesplezier. En hoe groter hun leesplezier wordt, hoe meer ze gaan lezen.

4. Lezen in rondes: onder 1F

Een andere manier om een betere lezer te worden is door close reading. Door een tekst in meerdere rondes te lezen en steeds op andere aspecten te letten, begrijpen de leerlingen de tekst inhoudelijk beter en kunnen zij ook de bedoeling van de schrijver achterhalen.

Ook op 1F-niveau is het belangrijk om een tekst in rondes te lezen. In Starttaal Instap luisteren leerlingen bijvoorbeeld naar het verhaal Hagedissen in de supermarkt van de auteur Bibi Dumon Tak. Met behulp van afbeeldingen van personages en locaties wordt het verhaal visueel gemaakt. De leerlingen moeten uitzoeken op welke locaties de personages in het verhaal voorkomen en welke gebeurtenissen daar plaatsvinden. Zo leren ze niet alleen het verhaal beter kennen. Ook gaan ze beter begrijpen hoe een tekst wordt opgebouwd en welke verbanden er binnen een tekst allemaal kunnen plaatsvinden. En begrijpen ze teksten beter, dan wordt lezen vanzelf leuker. Bovendien bouw je er ook een grotere woordenschat mee op!

5. Tussen de regels: 2F en 3F

Close reading kan op elk niveau worden toegepast, ook op 2F- en 3F-niveau. In het onderdeel ‘Tussen de regels’ in het werkboek Starttaal Extra lezen mbo-studenten een tekst in meerdere leesrondes. In elke leesronde richten zij zich op een ander aspect van de tekst waardoor ze de tekst beter gaan begrijpen. Door fragmenten te lezen uit prikkelende verhalen – bijvoorbeeld het boek Judas van Astrid Holleeder – en met medestudenten veel over deze teksten te praten, vergroten ze hun woordenschat en komen ze achter de bedoeling van de schrijver. In de opdrachten worden de vaardigheden lezen, gesprekken voeren en schrijven veel gecombineerd. Dit resulteert vaak ook in mooie creatieve producten. 

6. Alles voor jullie

Hoewel het vaker lezen van dezelfde tekst, praten over die tekst en afwisselende opdrachten maken bij de tekst leiden tot meer tekstbegrip en vaak meer leesplezier, is het daarnaast ook belangrijk om elke dag te lezen. Dat hoeft niet lang, tien minuten per dag is al genoeg, bijvoorbeeld samen aan het begin of einde van de les. Dat deze aanpak in de praktijk ook echt werkt lees je in het nieuwe boek Alles voor jullie van Amin Asad. In het hoofdstuk ‘De groeten van Kant’ illustreert hij op hilarische wijze hoe niet alleen hij, maar nu ook zijn studenten, aan het lezen zijn geslagen.

Meer weten?

Dit zijn allemaal manieren om de leesvaardigheid, en hopelijk ook de leesmotivatie, van leerlingen en studenten te vergroten. Wil je er meer over weten of ben je nieuwsgierig geworden naar onze methodes? Neem dan contact met ons op.