Geen foutloze teksten, wel een betere schrijver

Geen foutloze teksten, wel een betere schrijver

Dr. Joy de Jong over hoe je effectievere feedback op schrijfproducten geeft

joy-de-jong

Dr. Joy de Jong, coördinator van het Academisch Schrijfcentrum van de Radboud Universiteit Nijmegen en senior trainer voor Radboud in’to Languages

Dr. Joy de Jong, manager Writing Centre van Universiteit Utrecht deelt tips en tricks voor het geven van betere feedback op schrijfproducten. “Veel docenten zijn druk en gaan uit gewoonte nakijken en corrigeren. Je kunt je afvragen of het niet efficiënter is om de student of leerling te helpen om zelf de oplossing te bedenken. Doe je dit niet, dan is de kans groot dat de student of leerling de volgende keer terugkomt met hetzelfde probleem.

Corrigeren bevordert niet de schrijfvaardigheid

Uit onderzoek blijkt dat het corrigeren van een tekst de schrijfvaardigheid van studenten en leerlingen niet bevordert. Joy: “De tekst wordt wel beter, maar de student of leerling leert niet hoe hij zelf een fout kan ontdekken en verbeteren. Bovendien raken docenten ontmoedigd, omdat de studenten en leerlingen ondanks alle feedback dezelfde fouten blijven maken.”

Doel van feedback

Bij het geven van feedback helpt het volgens Joy als je jezelf deze vraag stelt: ‘Wat wil ik bereiken met mijn feedback: wil ik een betere tekst of wil ik een betere schrijver van mijn student of leerling maken?’ “Als je het antwoord op deze vraag weet, geef je veel gerichtere en efficiëntere feedback.” “Uit onderzoek is gebleken dat het vooral goed is als schrijvers oefenen met herschrijven. Het effect van feedback is dus veel groter wanneer je tips of opdrachten meegeeft waarmee de student of leerling zijn eigen tekst kan verbeteren. Feedback moet dan aanzetten tot een activiteit. Denk aan feedback als: ‘Er staan in je tekst zes fouten in de werkwoordspelling. Laat mij de volgende les zien welke zes dat waren.’”

Geen oplossingen maar strategieën

Bij feedback is het nuttig om geen oplossingen aan te dragen, maar om studenten of leerlingen strategieën aan te leren waarmee ze zelf betere teksten kunnen schrijven. “Laat studenten of leerlingen bijvoorbeeld zelf over het verhaal of de situatie vertellen en maak hier aantekeningen van. Als ze deze aantekeningen vergelijken met de door henzelf geschreven tekst, zien ze vaak waar het mis gaat. Een andere manier is om studenten of leerlingen hun teksten te laten voorlezen. Dit kan zowel een-op-een met de student of leerling als klassikaal of in tweetallen. Het komt erop neer dat niet alleen de docenten de teksten nakijken, maar dat de studenten of leerlingen zelf ook leren hoe ze inhoud, structuur en formulering van hun teksten kunnen controleren.”

Studenten of leerlingen weten beter wat ze kunnen en zijn tijdens het schrijven veel bewuster met hun eigen schrijfproces bezig.

Betere schrijvers

Studenten of leerlingen die deze controlestrategieën toepassen, zijn verrast over wat ze al weten en over het feit dat ze zelf vaak een oplossing hebben voor de problemen in hun teksten. Controlestrategieën kunnen ze keer op keer zelf toepassen en zo leren ze zelf hun teksten na te kijken. Dit betekent echter niet dat studenten of leerlingen altijd foutloze teksten schrijven. “De geboekte winst zit vooral in de opbrengst op de lange termijn, want het aanleren van deze strategieën kost natuurlijk tijd. Op den duur worden de studenten of leerlingen wel betere schrijvers: ze weten beter wat ze kunnen en zijn tijdens het schrijven veel bewuster met hun eigen schrijfproces bezig.”

Tien tips voor effectieve feedback

  1. Begin met positieve feedback. Eindig met iets motiverends.
  2. Draag niet direct een oplossing aan, maar probeer eerst de oorzaak van de fout(en) te achterhalen en de leerling handvatten te bieden om de oplossing zélf te vinden. (Bijvoorbeeld eerst het eigen werk nog eens doorlezen en daarbij letten op […].)
  3. Gebruik voor het vinden van een oplossing de volgende stappen: probleem – oorzaak – strategie – oplossing.
  4. Breng prioritering aan: becommentarieer niet direct alle aspecten van het schrijfproduct, maar focus bijvoorbeeld eerst alleen op de inhoud of de opbouw.
  5. Probeer doelgericht te blijven. (Vraag je bijvoorbeeld af: wil ik de tekst beoordelen of de schrijver begeleiden?)
  6. Denk goed na over de manier waarop je de feedback overbrengt. (Bijvoorbeeld mondeling, schriftelijk, klassikaal, via peer feedback of een-op-een.) Soms is het veel efficiënter om even samen te zitten met een student of leerling.
  7. Wees concreet (niet: ‘dit is vaag’, maar: ‘dit begrip kan veel verschillende betekenissen hebben’) en geef voorbeelden. Zorg voor duidelijke criteria.
  8. Laat studenten of leerlingen elkaars werk nakijken en elkaar daarbij feedback geven.
  9. Controleer of de student of leerling de feedback begrepen heeft, bij voorkeur met open vragen. Nodig de student of leerling uit om vragen te stellen als hij iets niet helemaal begrepen heeft.
  10. Laat studenten of leerlingen veel oefenen met het kritisch beoordelen van teksten: gebruik hiervoor bijvoorbeeld de strategieën voor kritisch lezen.

Vijffasenmodel en peer response

In de methode Starttaal biedt Uitgeverij Deviant leerlingen richtlijnen om tot een kwalitatief goed schrijfproduct te komen. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de vijf fasen van het schrijfproces (Kouwenberg & Hoogeveen, 2007). Met dit vijffasenmodel werkt een student of leerling gestructureerd aan een schrijfproduct, waardoor hij meer grip krijgt op het schrijfproces. Dit verhoogt het schrijfplezier en verbetert de kwaliteit van zowel de schrijflessen als van de schrijfproducten structureel (Graham & Perin, 2007).

Het vijffasenmodel is gebaseerd op de drieslag plannen, schrijven en reviseren. Studenten of leerlingen leren in verschillende rondes hun teksten te herschrijven en te verbeteren. Peer response speelt hierbij een grote rol: studenten of leerlingen werken samen tijdens de verschillende fasen van het schrijfproces en ze helpen elkaar doelen publiekgerichte teksten te schrijven.

Vijffasenmodel

Fase 1: Oriënteren op het onderwerp
Fase 2: Oriënteren op de opdracht
Fase 3: Schrijven
Fase 4: Bespreken en herschrijven
Fase 5: Verzorgen en publiceren

Meer informatie over peer response: ‘Effecten van leren schrijven met peer response en instructie in genrekennis’ door Mariëtte Hoogeveen en Amos van Gelderen in Levende Talen Tijdschrift, jaargang 15 nummer 2-2014.